Brief aan de Eerste Kamer over box 3 · A letter to the Dutch Senate on Box 3
Waarom de vermogensaanwasbelasting slecht uitpakt — voor de belastingplichtige, de schatkist en de economie. · Why the accrual tax is bad for the taxpayer, the Treasury, and the economy.
Koningsdag is mijn favoriete Nederlandse feestdag. Het hele land kleurt oranje en elke stoep wordt een vrijmarkt: zwermen kinderen die vanaf een kleedje hun oude speelgoed verkopen, voor één dag een bakkerijtje runnen, suikerspinnen draaien of muziek maken voor wat kleingeld. Niemand organiseert dat van bovenaf; het gebeurt gewoon. Ik kan geen betere samenvatting van de Nederlandse cultuur bedenken: ondernemend, handelsgeest in zijn vriendelijkste vorm, en totaal niet bang om kinderen aan ondernemerschap te laten proeven.
Des te schrijnender is het dat volwassenen er intussen alles aan doen om diezelfde proactieve geest bij de burgers van dit land de kop in te drukken. Het nieuwste voorbeeld is het wetsvoorstel voor box 3, dat winst belast die alleen op papier bestaat en zo straft wie spaart, belegt of bouwt. Daarover schreef ik onderstaande brief aan de commissie voor Financiën van de Eerste Kamer.
Aan de leden van de Eerste Kamer der Staten-GeneraalCommissie voor Financiën
Betreft: Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (36.748)
Geachte leden,
Het nieuwe box 3-stelsel belast winst die alleen op papier bestaat. De vermogensaanwasbelasting is niet alleen onrechtvaardig voor de belastingplichtige, maar pakt ook slecht uit voor de schatkist en voor de Nederlandse economie. Ik bouw mijn betoog in vier stappen op: de landelijke belastingopbrengst, de woningmarkt, de kenniseconomie, en tot slot mijn eigen situatie als concreet voorbeeld.
1. De landelijke belastingopbrengst is op termijn láger
Inflatie holt spaargeld uit: een spaarrekening levert bij de grote banken zo’n 1,5% op, terwijl de inflatie de afgelopen vijf jaar gemiddeld rond 4,6% lag. Wie zijn koopkracht wil behouden, móét dus beleggen. De aanwasbelasting straft mensen vervolgens voor de papieren winst op precies datgene wat ze deden om niet te verarmen.
Er zijn altijd beleggers die verkopen: vooral mensen op leeftijd, van wie het rendement tientallen jaren heeft kunnen doorgroeien. Bij heffing bij realisatie belast de schatkist dus elk jaar die volgroeide winsten: een gestage, hoge stroom van inkomsten, geen heffing waarop de schatkist jaren moet wachten. De aanwasbelasting daarentegen schraapt elk jaar een beetje van iedereen af en remt zo de samengestelde groei. Per ingelegde €100.000 over dertig jaar levert dat de schatkist zo’n €153.000 op, tegen €238.000 bij realisatie: ruim de helft meer, op dezelfde inleg en hetzelfde rendement. Daar komt bij dat de belegger bij realisatie veel meer overhoudt (€523.000 tegen €372.000), en geld dat later wordt uitgegeven levert opnieuw belasting op via de btw. De aanwasbelasting vernietigt dus niet alleen samengestelde groei, maar ook de consumptie en btw die daaruit was voortgekomen.

Op landelijke schaal loopt dit flink op. Een modelmatige raming op basis van de huidige cijfers, voorzichtig ingeschat, komt over een periode van dertig jaar uit op een cumulatief verlies in de orde van €25 tot €65 miljard ten opzichte van een stelsel dat pas bij realisatie heft. Dat komt deels doordat de aanwasbelasting de samengestelde groei van de hele beleggingsgrondslag remt, en deels doordat hoogopgeleid talent met aandelen vertrekt (zie paragraaf 3). Tegen het einde van die periode loopt het jaarlijkse verschil op tot enkele miljarden euro’s. De precieze uitkomst hangt af van de aannames, maar zelfs voorzichtig gerekend gaat het om tientallen miljarden. Bijlage 2 toont dit.

2. De aanwasbelasting drijft de huizenprijzen verder op
Het wetsvoorstel bevat een weeffout die iedere Nederlander gaat voelen, ook wie geen cent belegt. Beleggingen in ondernemingen worden jaarlijks op papieren aanwas belast, maar onroerend goed pas bij verkoop. Elke verstandige belegger trekt daaruit dezelfde conclusie: koop huizen, geen aandelen. Het wetsvoorstel maakt woningen fiscaal de aantrekkelijkste belegging van Nederland.
De gevolgen laten zich raden. Beleggers die ondernemingsvermogen mijden, kopen woningen op en concurreren daarbij rechtstreeks met starters en gezinnen op de toch al overspannen woningmarkt. Midden in een nijpend woningtekort zet dit wetsvoorstel dus een fiscale premie op het opkopen van huizen. De huizenprijzen stijgen verder, de huren stijgen mee, en de rekening komt te liggen bij wie toch al moeilijk aan een woning komt: jongeren en lagere inkomens. Een heffing die kapitaal uit productieve bedrijven naar de woningmarkt jaagt, is precies het tegenovergestelde van wat Nederland nodig heeft.
3. De aanwasbelasting holt de kenniseconomie uit
Nederland telt circa 575.000 ICT’ers, samen goed voor zo’n 7% van het bbp, en bijna 79.000 Amerikanen. Een aanzienlijke groep daarvan, naar schatting tienduizenden mensen, werkt voor internationale bedrijven en wordt deels in aandelen betaald. Deze mensen zijn internationaal mobiel en reageren aantoonbaar op fiscale wijzigingen: toen Nederland de 30%-regeling versoberde, raamde het ministerie van Financiën zelf een daling van 15 tot 20% in de instroom van kennismigranten, en Techleap waarschuwt dat een op de drie recent gefinancierde startups vertrek binnen twee jaar waarschijnlijk acht. Een aanwasbelasting op illiquide aandelen is een veel scherpere prikkel om te vertrekken dan een paar procentpunten op een onkostenregeling.
Voor de Amerikanen onder hen speelt nog een tweede probleem: de VS belast hun aandelenwinst bij verkoop en verrekent de Nederlandse aanwasbelasting naar mijn beste begrip niet, omdat die geen gerealiseerd inkomen belast. De belasting over hun aandelen vloeit dan naar de Amerikaanse schatkist in plaats van de Nederlandse. Niemand die bij zijn volle verstand is, neemt onder dit stelsel nog aandelen aan van een internationale werkgever.
Het gevolg laat zich ramen. Een internationale techwerknemer met aandelen verdient al gauw €120.000 en draagt zo’n €48.000 per jaar af aan inkomstenbelasting en premies, nog los van de btw op zijn bestedingen. Vertrekt zelfs maar een deel van deze groep, dan loopt Nederland honderden miljoenen tot meer dan een miljard euro per jaar aan directe belasting mis: een bedrag in de orde van het begrotingsgat van €2,4 miljard dat dit wetsvoorstel juist moet dichten. De heffing dreigt dus net zoveel op te blazen als ze beoogt te repareren.

4. Mijn eigen situatie
Ik bezit aandelen in een Amerikaanse scale-up. Het precieze bedrag houd ik voor mezelf, maar het is voor mij levensveranderend, en de rekensom hieronder geldt per miljoen euro aan aandelen, dus u kunt hem schalen. De aandelen zijn niet beursgenoteerd: er is geen markt waarop ik ze kan verkopen om een aanslag te betalen. De uitzondering voor startende ondernemingen helpt mij niet, want die geldt alleen voor bedrijven jonger dan vijf jaar met minder dan €30 miljoen omzet.
Over deze aandelen heb ik bovendien al volop belasting betaald: toen ze vrijvielen, zijn ze in box 1 als loon belast, tegen een tarief dat oploopt tot 49,5%. De aanwasbelasting wil daar bovenop ook de papieren waardestijging belasten, jaar na jaar, nog voordat ik ooit iets verkoop.
De rekensom, per €1 miljoen aan aandelen die in vier jaar 4x zoveel waard worden: belast u de aanwas jaarlijks, dan moet ik elk jaar aandelen verkopen om de aanslag te betalen, als dat al kon. Nederland int dan €0,83 miljoen, en daarna nooit meer iets; omdat de VS elke verkoop ook belast en de Nederlandse aanwasbelasting niet verrekent, vloeit daarnaast €0,73 miljoen naar de Amerikaanse fiscus. Wacht u tot ik verkoop, dan groeit alles door, int Nederland €1,35 miljoen en valt de Amerikaanse heffing volledig weg tegen de Nederlandse. Zelfde aandelen, zelfde groei: bij realisatie ruim de helft meer voor Nederland, en niets voor Amerika.
Voor mij is dit geen rekensom maar een feit: ik kan deze aanslag niet betalen, want ik kan niet bij het geld. Als dit stelsel ongewijzigd ingaat, heb ik geen andere keuze dan Nederland te verlaten voordat het zover is. Dat wil ik niet. Ik ben in armoede opgegroeid, bij een alleenstaande moeder, en juist daarom is niets mij meer waard dan dat mijn vrouw en kinderen het beter krijgen dan ik het had. Deze aandelen zíjn die zekerheid. Mijn kinderen groeien hier op, en ik hoopte de opbrengst hier te gebruiken om een eigen bedrijf te starten: in Nederland, met banen in Nederland, belast in Nederland. Vertrek ik, dan ontvangt Nederland niets: geen aanwasbelasting, geen heffing bij verkoop, geen bedrijf, geen banen.
Voor de duidelijkheid: ik betaal graag belasting. Een beschaafde samenleving kost geld, en ik draag daar met plezier aan bij over inkomen dat ik werkelijk verdien. Maar ik laat geen levensveranderend bedrag verdampen door een ontwerpfout in het beleid. Dat is geen onwil om bij te dragen; het is de weigering om verwoest te worden door een aanslag die ik niet kan betalen met geld waar ik niet bij kan.

Verzoek
De oplossing staat al in het wetsvoorstel: belast winst pas bij verkoop, zoals bij onroerend goed. Eerlijker voor de belastingplichtige, uitvoerbaar voor houders van illiquide aandelen, en op termijn meer geld voor de schatkist. Ik verzoek u niet in te stemmen voordat dit is hersteld.
Eerlijk gezegd heb ik nog nooit een beleidsvoorstel zo dicht bij aanname gezien met zulke ingrijpende negatieve gevolgen voor het land. Het betekent minder geld voor de schatkist, minder geld voor de burger, hogere huizenprijzen en de vernietiging van de techsector, zonder enig aanwijsbaar voordeel.
Met vriendelijke groet,Ian Duncan
Dit is de versie zoals verstuurd aan de Eerste Kamer.